Surveying en ladingcontrole

    Wat is een draft survey en hoe rekent u de lading uit?

    Een draft survey bepaalt het ladinggewicht uit de diepgang van het schip. De rekenmethode stap voor stap, een nagerekend voorbeeld en de bekende valkuilen.

    Operium Solutions · bijgewerkt 25 september 2026 · 6 min leestijd

    Een draft survey bepaalt het gewicht van een bulklading uit de diepgang van het schip. De controleur leest de diepgangsmerken af, meet de dichtheid van het havenwater en peilt de tanks, vóór en na het laden of lossen. Het verschil tussen die twee metingen, na aftrek van ballast, bunkers en zoet water, is de lading.

    Wanneer en door wie er gemeten wordt

    Er zijn minstens twee metingen: vlak voordat het laden of lossen begint en direct na afloop, in laad- en loshaven gelijk; bij meerdere partijen of havens kunnen er metingen bij komen. De methode staat in de UNECE-code voor draught surveys van kolenladingen (VN-Economische Commissie voor Europa, 1992), die de werkwijze aanbeveelt voor droge lading in het algemeen. Volgens die code gaat er geen lading in of uit voordat de controleur zijn eerste aflezingen heeft afgerond en toestemming geeft. De eerste stuurman is getuige van diepgang, dichtheid en waterpeilingen en stemt ermee in, de hoofdwerktuigkundige doet dat voor de brandstof. Het rapport geldt als gelijkwaardig aan een weegcertificaat. Wat de controleur verder vastlegt, leest u in wat een onafhankelijk cargo surveyor doet.

    Een draft survey doorgerekend: sojaschroot in Rotterdam

    Een fictief schip van 180,00 m tussen de loodlijnen (LBP) laadt in Rotterdam sojaschroot. De voormerken staan 3,00 m achter de voorloodlijn (Xf), de achtermerken 5,00 m vóór de achterloodlijn (Xa), dus de lengte tussen de merken (LBM) is 172,00 m. Het havenwater meet bij beide metingen 1,0210 t/m³. De getallen komen uit ons eigen draft survey-formulier (Excel en PDF); de hydrostatische waarden zijn verzonnen. Trim is positief als het schip stuurlastig ligt.

    1. Zes aflezingen, drie gemiddelden. Bij de eerste meting leest de controleur voor 4,18 en 4,22 m af, midscheeps 5,58 en 5,62 m, achter 6,98 en 7,02 m. Per paar gemiddeld: voor (Tf) 4,200 m, midscheeps (Tm) 5,600 m, achter (Ta) 7,000 m; schijnbare trim (Ta − Tf) 2,800 m. Bij de tweede meting: 11,000 m, 11,300 m en 11,600 m, trim 0,600 m.

    2. Terug naar de loodlijnen. Op de voorloodlijn Tfp = Tf − (schijnbare trim × Xf) / LBM, op de achterloodlijn Tap = Ta + (schijnbare trim × Xa) / LBM. Eerste meting: 4,1512 en 7,0814 m, een werkelijke trim van 2,9302 m. Tweede meting: 10,9895 en 11,6174 m, trim 0,6279 m. Dit geldt voor merken binnen de loodlijnen; staat een merk erbuiten, voer Xf of Xa dan negatief in.

    3. Het kwartgemiddelde. Een romp buigt door of op; de code vangt dat benaderend op met het kwartgemiddelde, (Tfp + 6 × Tm + Tap) / 8. Uitkomst: 5,604 m en 11,301 m.

    4. Tabellen en twee trimcorrecties. Bij het kwartgemiddelde geven de hydrostatische tabellen het tabeldeplacement, de TPC (ton per centimeter inzinking), de langsscheepse ligging van het kantelpunt (LCF, het zwaartepunt van het waterlijnvlak) en het trimmoment per centimeter (MTC) 50 cm erboven en eronder. Hier: 21.450 t, 32,5 t/cm, LCF 2,1 m achter midscheeps, MTC 285 en 272 tm/cm. Bij de tweede meting: 46.800 t, 36,8 t/cm, 1,4 m achter, 512 en 498 tm/cm.

    • Eerste trimcorrectie = 100 × werkelijke trim × LCF × TPC / LBP: +111,105 t en +17,972 t.
    • Tweede trimcorrectie = 50 × werkelijke trim² × (MTC₊₅₀ − MTC₋₅₀) / LBP, altijd positief: +31,006 t en +1,533 t.

    Gecorrigeerd voor trim: 21.592,111 t en 46.819,505 t.

    5. Dichtheid en aftrekposten. Dichtheidscorrectie = deplacement gecorrigeerd voor trim × (ρ − 1,025) / 1,025, met ρ de gemeten dichtheid: −84,262 t en −182,710 t, wat 21.507,849 t en 46.636,795 t oplevert. Daar gaan ballast, zoet water, bunkers, smeerolie, lenswater en slops af: 9.305 t bij de eerste meting, waarvan 8.450 t ballast, en 1.104 t bij de tweede. Netto deplacement: 12.202,849 t en 45.532,795 t.

    6. De lading. 45.532,795 − 12.202,849 = 33.329,946 t. Het cognossement noemt 33.400,000 t: een verschil van −70,054 t, of −0,210%.

    Wij rekenen onafgerond door en tonen afgeronde tussenstappen; narekenen met afgeronde getallen kan in de laatste decimaal afwijken. De eerste trimcorrectie is 100 × 2,930233 × 2,1 × 32,5 / 180 = 111,105 t.

    Is 70 ton minder een tekort?

    Volgens de UNECE-code geeft de methode, met een draft survey-handboek van het klassenbureau en ervaren controleurs, het ladinggewicht consequent binnen 0,5%; onder gunstige omstandigheden is 0,1% gehaald. De West of England P&I Club noemt 0,5 tot 1,0% een gebruikelijke spreiding; volgens de club scheelt 2 cm fout in de gemiddelde diepgang ongeveer 68 ton deplacement op een handysize en 300 ton op een capesize.

    Op deze lading is 0,5% 166,650 t. Een verschil van −70,054 t bewijst dus geen tekort, en sluit er ook geen uit. Komt het cognossementsgewicht van een walweging, dan raadt Britannia P&I af de twee cijfers met elkaar te verzoenen: het zijn verschillende meetmethoden, en de charterpartij hoort vast te leggen welk cijfer geldt. Hoe u een tekort vastlegt, staat in de protestbrief (letter of protest).

    Rotterdams havenwater: meet de dichtheid

    Volgens Rijkswaterstaat staat de Nieuwe Waterweg in open verbinding met zee, en dringt het zout verder landinwaarts als de rivieren weinig water afvoeren. De dichtheid rond uw schip ligt dus niet vast. De UNECE-code waarschuwt voor lagen van verschillende dichtheid in havens aan riviermondingen en laat midscheeps bij het oppervlak en bij de kiel meten, daarna voor en achter.

    Wie in het voorbeeld het havenwater als zeewater van 1,025 t/m³ behandelt, komt uit op 33.428,395 t lading: ruim 98 ton te veel. Een fout van 0,001 t/m³ bij alleen de tweede meting scheelt 45,678 t. Gebruik een draft survey-hydrometer, gekalibreerd in lucht. Een hydrometer voor de uitwatering is in vacuüm gekalibreerd en leest in het voorbeeld van de West of England P&I Club 1,017 waar de draft survey-hydrometer 1,015 aangeeft.

    Ballast: peilen, niet overnemen uit het journaal

    In het voorbeeld is ballast bij de eerste meting 8.450 van de 9.305 t aftrekposten, en elke ton fout daarin telt volledig mee in de lading. De UNECE-code wil elke tank gepeild zien met een gekalibreerd stalen peillint en waterpasta; "vol" of "leeg" geldt niet als meting. Een volgeperste tank kan bij trim luchtbellen houden, en een tank die bij een peilbuis achterin droog lijkt, kan bij een koplastig schip voorin water bevatten. Ook slib telt: de West of England P&I Club rekent een geval door waarin 76 ton slib in een tank achterblijft, waarvan 41 ton als geladen lading verschijnt.

    Spreek de rekenmethode vooraf af

    Laadt u in Rotterdam en meet de controleur van de ontvanger in de loshaven, spreek dan af hoe u rekent. Rekenen twee controleurs dezelfde metingen door met een omgekeerd teken voor het kantelpunt (LCF), bij beide metingen, dan liggen de uitkomsten in het voorbeeld ruim 185 ton uiteen: 33.329,946 t tegen 33.515,485 t.

    • Vanaf waar de tabellen het LCF meten. Volgens Britannia P&I is dat vanaf midscheeps of vanaf de achterloodlijn, met per schip andere tekens.
    • Welk teken u gebruikt. De UNECE-code werkt met een tekentabel: stuurlastig met het kantelpunt achter midscheeps telt op, ervoor trekt af, koplastig omgekeerd. Ons formulier komt op hetzelfde uit door het LCF met teken in te voeren (positief achter) en de correctie op te tellen.
    • Eén MTC of het verschil. De code rekent de tweede trimcorrectie met het verschil tussen de MTC 50 cm boven en onder de gemiddelde diepgang; ten minste één gepubliceerde handleiding gebruikt één MTC. Bij MTC-waarden van 272 tot 512 tm/cm en verschillen van 13 en 14 is dat geen detail. Ons formulier gebruikt het verschil uit de code, rond het kwartgemiddelde.

    Past een draft survey bij uw partij?

    Eerst de scheepsgegevens: de 0,5% van de code veronderstelt goedgekeurde hydrostatische tabellen. Dan de ligplaats: deining maakt aflezen onbetrouwbaar, en in een stroming kan het schip inzinken (squat), al ziet de code onder 2,5 knopen geen effect. Valt de trim buiten het bereik van de tanktabellen, dan stopt de controleur tot het schip is bijgetrimd. En de partijgrootte: 1 cm diepgang is hier ongeveer 36,8 t, 0,110% van deze lading maar 0,736% van 5.000 t.

    FOSS

    FOSS is software voor inspectiebedrijven en de haven, met een sectorspecialist aan tafel. U voert de aflezingen één keer in, aan boord desnoods offline, en maakt daaruit negen rapporttypen. Komt de outturn meer dan 0,5% onder het B/L-gewicht uit, dan verschijnt automatisch een protestvlag.

    Gratis download

    Download het sjabloon

    Veelgestelde vragen

    Wat is het verschil tussen een draft survey en een walweging?

    Een draft survey weegt het schip met alles erin, via de diepgang en de hydrostatische tabellen, en leidt de lading af uit het verschil tussen twee metingen. Een walweging weegt de lading zelf. Britannia P&I raadt af de twee cijfers met elkaar te verzoenen, omdat het verschillende meetmethoden zijn. Leg in de charterpartij vast welk cijfer geldt.

    Is 0,2% verschil met het cognossement een tekort?

    Niet zonder meer. Volgens de UNECE-code geeft de methode, met goedgekeurde scheepsgegevens en ervaren controleurs, het ladinggewicht binnen 0,5%, en de West of England P&I Club noemt 0,5 tot 1,0% een gebruikelijke spreiding. Een verschil van 0,2% valt daarbinnen. Of u een tekort claimt, hangt af van uw contract en van het bewijs dat u heeft.

    Waarom peilt de controleur de ballasttanks zelf?

    Omdat elke ton fout in de ballast volledig in het ladinggewicht terechtkomt; in ons rekenvoorbeeld is ballast bij de eerste meting 8.450 van de 9.305 ton aftrekposten. De UNECE-code vraagt elke tank te peilen met een gekalibreerd stalen peillint; 'vol' of 'leeg' geldt niet als meting. Bij trim kunnen luchtbellen of restwater in een tank zitten die geen journaal laat zien.

    Welke dichtheid van het havenwater geldt in Rotterdam?

    De gemeten dichtheid, nooit een aangenomen waarde. De Nieuwe Waterweg staat in open verbinding met zee, en bij een laag waterpeil komt het zoute water verder landinwaarts (Rijkswaterstaat). Meet met een draft survey-hydrometer, die in lucht is gekalibreerd, op meer dan één plaats en diepte.

    Wordt de eerste trimcorrectie opgeteld of afgetrokken?

    Dat hangt af van de richting van de trim en van de ligging van het kantelpunt (LCF, het zwaartepunt van het waterlijnvlak). Stuurlastig met het LCF achter midscheeps: optellen. Stuurlastig met het LCF vóór midscheeps: aftrekken. In ons formulier voert u het LCF met teken in, positief achter midscheeps, en telt u de correctie op.

    Verder lezen

    Bronnen

    • UNECE, Code of Uniform Standards and Procedures for the Performance of Draught Surveys of Coal Cargoes, ECE/ENERGY/19 (3 februari 1992), p. 2, 5, 10, 12, 15–16, 19, 21–30, 35–37 — https://unece.org/fileadmin/DAM/energy/se/pdfs/coal/1992_UNECE_Draught_Survey_Code_January_1992_E.pdf (unece.org weigerde in september 2026 geautomatiseerde toegang; gearchiveerde kopie van hetzelfde bestand: https://web.archive.org/web/20210612044926/https://unece.org/fileadmin/DAM/energy/se/pdfs/coal/1992_UNECE_Draught_Survey_Code_January_1992_E.pdf)
    • Britannia P&I, Loss Prevention Guidance: Draft Survey (december 2023) — https://britanniapandi.com/wp-content/uploads/2025/05/Draft-Survey-Guidance.pdf
    • West of England P&I Club, Loss Prevention Bulletin: Inaccuracies in Draught Surveys (ongedateerd; de PDF van de uitgever dateert van 2018; geraadpleegd september 2026) — https://www.westpandi.com/news-and-resources/loss-prevention-bulletins/inaccuracies-in-draught-surveys/
    • Seven Surveyor, Draft Survey: Procedures and Calculation (2009) — voorbeeld van een tweede trimcorrectie met één enkele MTC — https://sevensurveyor.com/draft-survey-procedures-and-calculation/
    • Rijkswaterstaat, Voldoende en schoon zoet water (geraadpleegd september 2026) — https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/droogte-en-watertekort/voldoende-en-schoon-zoet-water

    Benieuwd wat er in je proces te halen valt?

    Begin met een QuickScan. Binnen twee werkdagen weet je waar de grootste winst zit.