HVO, FAME en UCO: inspectie en duurzaamheid in Rotterdam
Wat HVO, FAME en UCO zijn, welke inspectie- en duurzaamheidspapieren bij een partij horen en wat de NEa controleert bij een tankopslag in de haven.
Operium Solutions · bijgewerkt 25 september 2026 · 5 min leestijd
HVO en FAME zijn twee gangbare dieselvervangers uit biomassa, hernieuwbare diesel en biodiesel, en gebruikt frituurvet (UCO) is een van de grondstoffen voor allebei. Bij een partij horen twee soorten papieren: inspectiedocumenten over hoeveelheid en kwaliteit, en een bewijs van duurzaamheid over herkomst en uitstoot. Voor de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) zijn dat twee aparte bewijzen, en het ene vervangt het andere niet.
Operium is niet ISCC-gecertificeerd, is geen certificeringsinstelling en is geen lid van NOFOTA. Wij leggen de regels uit en verwijzen naar de officiële bronnen.
Rotterdam als knooppunt voor biobrandstoffen
Volgens Havenbedrijf Rotterdam zit in de haven het grootste biobrandstofcluster van Europa. Naast de raffinaderijen staan er productielocaties voor onder meer biodiesel, hernieuwbare diesel, SAF en bio-ethanol, en het havenbedrijf wijst erop dat grondstoffen het hele jaar door per schip kunnen worden aangevoerd en opgeslagen (portofrotterdam.com, geraadpleegd september 2026).
Wat is HVO, en hoe verhoudt het zich tot FAME en UCO?
FAME (fatty acid methyl ester) noemt de Richtlijn hernieuwbare energie een methylester van olie van biologische oorsprong. Het is de klassieke biodiesel. De brandstofkwaliteitsrichtlijn (98/70/EG) eist dat FAME in diesel voldoet aan EN 14214. Sinds RED III mag diesel tot 10% FAME bevatten, maar leveranciers moeten daarnaast diesel met maximaal 7% FAME op de markt blijven brengen.
HVO (hydrotreated vegetable oil) is olie van biologische oorsprong die met waterstof is behandeld om diesel te vervangen. Per liter bevat HVO volgens bijlage III van de richtlijn 34 MJ, FAME 33 MJ. De NEa rekent diesel volgens EN 15940 tot de standaardbrandstoffen, en die kan ook voor 100% uit HVO bestaan.
UCO is geen brandstof maar een grondstof. ISCC omschrijft het als plantaardige of dierlijke oliën en vetten die zijn gebruikt om voedsel te koken of te frituren, meestal in restaurants en kantines. UCO staat in bijlage IX, deel B, van de richtlijn, samen met dierlijke vetten van categorie 1 en 2. In het Nederlandse systeem levert biobrandstof daaruit ERE-B op, en daarvoor geldt een maximale inzet.
Welke inspectiepapieren horen bij een partij HVO of FAME?
De NEa noemt zelf welke gegevens een inspecteur bij een tankopslag kan opvragen: tankstanden, ijktabellen, gegevens van de laatste lossing in de tank en mutatieoverzichten van de weken ervoor. Een groot deel daarvan komt ook terug in het dossier van een onafhankelijk cargo surveyor:
- Hoeveelheid. Peiling of ullage, omgerekend met de ijktabel en gecorrigeerd naar 15 °C. Een ISCC-duurzaamheidsverklaring vermeldt de hoeveelheid in metrische ton of m³ bij 15 °C, dus in dezelfde eenheden.
- Monsters. Genomen, verzegeld en gelabeld, met een referentiemonster dat bewaard blijft.
- Kwaliteit. Analyse tegen de afgesproken specificatie: EN 14214 voor FAME, EN 15940 voor HVO. Voor de vraag welk laboratorium welke accreditatie nodig heeft, zie ISO 17025 versus ISO 17020.
Voor UCO bepaalt het contract de kwaliteit. De NOFOTA Trading Rules (versie 1 januari 2026) bevatten een UCO-specificatie op vrije vetzuren, vocht, onzuiverheden en onverzeepbare bestanddelen (MIU), zwavel, joodgetal en polyethyleen, met kortingen als de analyse boven de basis uitkomt. Er is ook een optionele clausule voor de handel in ISCC-UCO in bulk, waarbij de verkoper, als dat uitdrukkelijk is afgesproken, ex landtank Amsterdam of Rotterdam mag leveren. De waarden zelf staan in de Trading Rules; wij nemen ze hier niet over. De handel in plantaardige olie als grondstof loopt ook onder de standaardcontracten van FOSFA, zie wat FOSFA is.
Het bewijs van duurzaamheid is geen leveringsbewijs
Gecertificeerde bedrijven geven bij een levering een bewijs van duurzaamheid af, ook wel proof of sustainability (PoS). Het bewijs gaat de keten door tot de inboeker, die de levering aan vervoer in Nederland in het Register Energie voor Vervoer (REV) inboekt. Op het bewijs staan onder meer de grondstof, het land van herkomst, de broeikasgasuitstoot over de hele keten en het duurzaamheidssysteem. Bij het inboeken vervalt de duurzaamheidsclaim, zodat maar één partij hem verzilvert.
Sinds 1 januari 2026 geldt de brandstoftransitieverplichting en werkt de NEa met emissiereductie-eenheden (ERE's) in plaats van HBE's. Eén ERE staat voor 1 kg CO2-equivalent ketenreductie. De emissiewaarde op het bewijs van duurzaamheid bepaalt dus hoeveel ERE's een inboeking oplevert.
De NEa is daarbij duidelijk: een bewijs van duurzaamheid is geen geldige manier om aan te tonen dat er biobrandstof in een levering zat. Bij inboeken in de sector land moet dat blijken uit monstername en analyse:
- met een erkende methode op een representatief monster;
- door een ISO/IEC 17025-geaccrediteerd laboratorium, behalve bij FAME, bio-ethanol en ETBE;
- voor HVO in de praktijk alleen via C14-analyse, omdat de gangbare kwaliteitsanalyses meestal niet volstaan.
Daarnaast moet de inboeker minstens één keer per kwartaal zijn administratieve massabalans aansluiten op de fysieke voorraad biobrandstof. Die aansluiting leunt op dezelfde tankcijfers als het inspectierapport. En volgens ISCC controleert de ontvanger in de openbare certificatendatabase of het certificaat van de leverancier geldig was op de dag van fysieke verzending.
Waarom UCO extra wordt gecontroleerd
In september 2026 kondigde de NEa bezoeken aan opslaglocaties van grondstoffen voor biodiesel aan, met monstername uit de tanks. De aandacht ligt bij UCO, food waste en olie uit effluent van palmoliemolens (POME), volgens de NEa de grondstoffen die de afgelopen jaren het meest zijn gebruikt voor biobrandstoffen op de Nederlandse markt. De inspecteurs toetsen of de fysieke kenmerken overeenkomen met de administratie.
ISCC stelt het risico ook hoog, omdat bijlage IX-materiaal in lidstaten extra stimulering kan opleveren, zoals dubbeltelling. Twee vormen van fraude noemt ISCC met name: afval opzettelijk maken door UCO aan ongebruikte plantaardige olie toe te voegen, en afval onder de verkeerde naam opgeven, bijvoorbeeld food waste als UCO. Bij redelijke twijfel mag de auditor monsters laten analyseren door een onafhankelijk, geaccrediteerd laboratorium.
Wat de NEa bij een tankopslag komt doen
Sinds 1 januari 2022 houdt de NEa toezicht op de hele Nederlandse keten van biobrandstoffen, inclusief inzamelaars en opslaglocaties. Een inspectie is altijd op locatie. De inspecteur controleert de massabalans aan de hand van duurzaamheidsbewijzen, weegbonnen, facturen en contracten, loopt het terrein rond en kan, ook onaangekondigd, monsters nemen. Daarvoor mag hij een surveyor meenemen.
Vooraf bespreekt de inspecteur de veiligheid: de monstervoorziening op de tank, stikstofdeken, verwarming van het product en lopende losprocessen. Meewerken is verplicht; weigeren is een strafbaar feit. De certificeringsinstelling krijgt de uitkomst altijd te zien, en bij vermoedens van fraude doet de NEa aangifte bij het Openbaar Ministerie.
Wat dit betekent voor de controleur
FOSS
FOSS, de software van Operium voor inspectiebedrijven, is gebouwd met een sectorspecialist aan tafel. Metingen voert u één keer in en ze voeden negen rapporttypen; monsters worden gevolgd, het klantportaal toont de status live en het systeem werkt offline aan boord, in het Nederlands en het Engels. Wilt u zien hoe dat past bij uw eigen rapportage van kade tot dossier, neem contact op.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen HVO en FAME?
FAME is een methylester van olie van biologische oorsprong en wordt als biodiesel in diesel bijgemengd; volgens de Europese brandstofkwaliteitsrichtlijn moet die FAME voldoen aan EN 14214, tot maximaal 10% in diesel. HVO is olie van biologische oorsprong die met waterstof is behandeld om diesel te vervangen. De NEa rekent diesel volgens EN 15940 tot de standaardbrandstoffen, en die kan voor 100% uit HVO bestaan.
Is een bewijs van duurzaamheid genoeg om biobrandstof bij de NEa in te boeken?
Nee. Het bewijs van duurzaamheid toont alleen aan dat de biobrandstof aan de duurzaamheidseisen voldoet. Bij inboeken in de sector land moet de inboeker met monstername en analyse volgens een erkende methode, op een representatief monster, aantonen dat er fysiek biobrandstof is geleverd.
Welke analyse accepteert de NEa voor HVO?
Volgens de NEa valt voor HVO in de praktijk alleen C14-analyse binnen de kaders van de Regeling energie vervoer; de gangbare kwaliteitsanalyses zijn meestal niet toereikend. Behalve bij FAME, bio-ethanol en ETBE moet een ISO/IEC 17025-geaccrediteerd laboratorium de monstername en analyse doen. Wilt u een andere methode dan C14 gebruiken, leg die dan eerst aan de NEa voor.
Mag de NEa onaangekondigd monsters uit mijn tank nemen?
Ja. NEa-inspecteurs mogen het bedrijfsterrein betreden, gegevens vorderen en monsters nemen, ook zonder aankondiging, en kunnen daarvoor een surveyor meenemen. U bent verplicht mee te werken; weigeren is een strafbaar feit.
Verder lezen
Bronnen
- Havenbedrijf Rotterdam, Pijler 3: een nieuw grondstoffen- en brandstoffensysteem (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.portofrotterdam.com/nl/haven-van-de-toekomst/energietransitie/een-nieuw-grondstoffen-en-brandstoffensysteem
- Havenbedrijf Rotterdam, Procesindustrie (11 mei 2021) — https://www.portofrotterdam.com/nl/vestigen/industrie-de-haven/procesindustrie
- Europese Unie, Richtlijn (EU) 2018/2001 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, geconsolideerde tekst van 16 juli 2024 (bijlage III en bijlage IX) (2024) — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02018L2001-20240716
- Europese Unie, Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof, geconsolideerde tekst van 20 november 2023 (artikel 4 en bijlage II) (2023) — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:01998L0070-20231120
- Nederlandse Emissieautoriteit, Duurzaamheid biobrandstoffen (ERE-systematiek) (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/regelgeving/hernieuwbare-energie-voor-vervoer-eres/inboeken-hernieuwbare-energie-vervoer/duurzaamheid-biobrandstoffen
- Nederlandse Emissieautoriteit, Inboeken biobrandstoffen sector land (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/regelgeving/hernieuwbare-energie-voor-vervoer-eres/inboeken-hernieuwbare-energie-vervoer/inboeken-biobrandstoffen-sector-land
- Nederlandse Emissieautoriteit, Grondstoffen biobrandstoffen (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/regelgeving/hernieuwbare-energie-voor-vervoer-eres/inboeken-hernieuwbare-energie-vervoer/grondstoffen-biobrandstoffen
- Nederlandse Emissieautoriteit, Overgang HBE naar ERE: regels en bepalingen (5 maart 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/actueel/nieuws/2026/03/05/overgang-hbe-naar-ere-regels-en-bepalingen
- Nederlandse Emissieautoriteit, Toezicht op leveringsketen biobrandstoffen (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/toezicht-en-handhaving/toezicht/toezicht-per-regeling/toezicht-he/toezicht-op-leveringsketen-biobrandstoffen
- Nederlandse Emissieautoriteit, Monstername op locatie (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/toezicht-en-handhaving/toezicht/toezicht-per-regeling/toezicht-he/monstername-op-locatie
- Nederlandse Emissieautoriteit, Onaangekondigde controle opslaglocaties grondstoffen voor biobrandstoffen aanstaande (21 september 2026) — https://www.emissieautoriteit.nl/actueel/nieuws/2026/09/21/onaangekondigde-controle-opslaglocaties-grondstoffen-voor-biobrandstoffen-aanstaande
- ISCC System GmbH, ISCC EU 201 System Basics, versie 4.2, geldig vanaf 21 mei 2025 (2025) — https://iscc-system.org/download/iscc-eu-201-system-basics/
- ISCC System GmbH, ISCC EU 203 Traceability and Chain of Custody, versie 4.2, geldig vanaf 21 mei 2025 (2025) — https://iscc-system.org/download/iscc-eu-203-traceability-and-chain-of-custody/
- ISCC System GmbH, ISCC EU 202-5 Waste and Residues, versie 4.2, geldig vanaf 21 mei 2025 (2025) — https://iscc-system.org/download/iscc-eu-202-5-waste-and-residues/
- FOSFA, About us (geraadpleegd 25 september 2026) — https://www.fosfa.org/about-us/
- NOFOTA, Trading Rules, versie 1 januari 2026 (2026) — https://files.enflow.nl/8d14f973-51d0-42b5-824c-aec156b031cf/9efdb5ae-b63c-4ddd-9d0f-43f1a66120b2/trading-rules/2045749-nofota-brochure-tradingrules-def.pdf
